zondag 8 april 2018

Gewoon een beer

Ik had meer van hem verwacht, ik bedoel, van het leven met mijn vader. Ik had gedacht nog jaren een vader te hebben, om even langs te gaan, over een boek te praten misschien. Ik mis hem bijzonder hevig, en wanneer ik dat niet doe, wanneer ik niet aan hem denk, wanneer er een hele dag geen enkele aanleiding is, geen anekdote die voorbij flitst, gewoon een dag dat ik leef, alleen maar mijn leven, dan komt het daarna dubbel zo hevig. Het verdriet krijgt opschorting, uitstel door de drukte in mijn hoofd, maar daarna buitelen de herinneringen over elkaar heen, ze dreunen in mijn hoofd, hoe lieflijk ook. Het is nu even heel hevig, onontkoombaar en helder. Ik zit midden in een terugslag van een paar dagen te weinig missen.

Ik ben op reis in Bulgarije en ik krijg een mok kruidenthee van de gastheer van het appartement. Als verwelkoming. De man is goedlachs en spreekt een schattig soort Nederlands, hij werkte jarenlang in Nederland, in de bouw, in een bakkerij en in tuinaanleg. Dat laatste was het zwaarste, voor de knieën weet je wel. En nu heeft hij hier, in een klein dorpje in het Rodophen-gebergte een huis helemaal opgeknapt en verhuurt hij enkele kamers.
Hij reikt me de mok thee aan. Het is exact zo'n mok zoals mijn vader er een had. Een mok van Beertje Paddington.
Er was een periode dat mijn vader graag een cappuccino uit een zakje dronk, ik denk dat het iets nieuws was in die tijd, lang voor de machines om gemakkelijk een kopje te maken in plaats van een hele kan. Ik was een jaar of elf denk ik. Koffie werd bij ons 's ochtends gemaakt, op de ouderwetse manier met een filter waarin je zachtjes water goot uit de waterketel, zo'n keer of vijf. Ik herinner me wel een koffiemachine, maar ook hoe die daar stond en mijn ouders toch liever hun koffie zelf opgoten, zonder het gepruttel van dat machien. Het was een taak die mijn zus en ik ook mochten doen, het kokende water zachtjes in de filter gieten, als je te snel goot, dan scheurde de filter en lekte het koffiedik in de thermos. Maar 's avonds was de thermos leeg en dan wou mijn vader toch nog wat koffie. En het liefst uit die mok van Beertje Paddington, want het was een heerlijk grote mok, met een goed handvat. Dat wist ik. En terwijl ik nu de kruidenthee drink, voelde ik hoe goed de mok in de hand ligt, en ik vraag me af hoe dat voor hem was, in zijn grote handen met zijn lange vingers.

De volgende dag krijg ik van de gastheer opnieuw kruidenthee maar in een andere tas. Beertje Paddington in de winter, de dag ervoor had ik de herfst, bedenk ik nu. De laatste dag drink ik thee uit de zomermok, Michiel krijgt de lente. Ik word elke dag bozer, ik ben zo teleurgesteld dat ik me de mok dan toch niet zo goed herinner. Hadden we ook alle seizoenen thuis? Of slechts een mok met een seizoen? Maar welke dan? Ik staar naar de prenten, Beertje dat met herfstbladeren gooit, Beertje dat in z'n regenpak ligt te zonnen in een ligstoel, ik pijnig mijn hersenen.
Ik stel me weer voor hoe ik voorzichtig het zakje koffiepoeder openscheur, het kokende water voorzichtig op het poeder giet, de geur, de rook die omhoog kringelt, ik neem een lepeltje en ik roer goed, tot het poeder is opgelost, en ik kijk naar het dunne schuimlaagje. Ik loop behoedzaam de keuken uit, door de woonkamer, met mijn sokken op het parket, naar mijn vader die televisie kijkt, het zevenuur journaal wellicht, en hij zegt dank u schatteke, hij neemt de mok aan en hij slurpt een eerste hete slok. Dan zet hij Beertje Paddington op het boekenrek naast hem, en aait me over mijn hoofd.
De volgende dag zal hij lachend vragen, weet je waarmee je mij nu eens een groot plezier zou doen schatteke? Ik weet het natuurlijk, zet de waterketel op en ga op mijn tenen staan om in de kast te kijken of de mok van Beertje Paddington al afgewassen is.

De herinnering kleeft aan mij. Ik blijf mezelf verwijten dat ik dat beeld niet meer zo helder heb, dat ik die mok zo vaak heb gezien maar nu niet weet in welk seizoen het Beertje was. Wij hadden niets met Paddington, ik kan me niet herinneren dat die beer iets voor ons betekende. Gewoon een beer. Zo hadden we ook glazen van de Smurfen, die waren van de mosterd. Mijn vader at mosterd, de rest van ons gezin at het niet, wij waren blij met het glas als de mosterd op was. Dus zo was het wellicht ook bij die mok gegaan, gratis bij aankoop van drie pakken speculaasjes en of vier pakken koffie.

Ik zou zo graag een cappuccino maken voor hem. Ik denk dat hij het nu niet meer zou willen, te zoet. Hij zou gewone koffie verkiezen, met een wolkje melk. Ik hou van die uitdrukking omdat het waar is, een wolk in de koffie. Maar ik hield vooral van hem als hij dat zei: met een wolkje melk graag. Omdat hij wist dat hij er een glimlach mee zou scoren, omdat iedereen zou denken ja, een wolkje melk, zo is het wel. En iedereen zou meteen begrijpen hoeveel melk het moest zijn.

Ik zou elke avond, alle avonden van mijn leven, koffie willen maken met een wolkje melk, naar mijn vader brengen en een stevige aai over mijn hoofd willen krijgen. Dank u schatteke. En ik zou me naast hem vleien, dicht tegen zijn dikke buik, en er zou niets anders zijn dan een nieuwslezer die monotoon iets vertelt, zijn trage ademhalen en de zachte geur van koffie.

De kruidenthee is koud geworden. Er steekt een frisse wind op. Ik laat de thee staan en neem zuchtend de herinnering mee.

Gewoon een beer.

Ik had meer van hem verwacht, ik bedoel, van het leven met mijn vader. Ik had gedacht nog jaren een vader te hebben, om even langs te gaan, over een boek te praten misschien. Ik mis hem bijzonder hevig, en wanneer ik dat niet doe, wanneer ik niet aan hem denk, wanneer er een hele dag geen enkele aanleiding is, geen anekdote die voorbij flitst, gewoon een dag dat ik leef, alleen maar mijn leven, dan komt het daarna dubbel zo hevig. Het verdriet krijgt opschorting, uitstel door de drukte in mijn hoofd, maar daarna buitelen de herinneringen over elkaar heen, ze dreunen in mijn hoofd, hoe lieflijk ook. Het is nu even heel hevig, onontkoombaar en helder. Ik zit midden in een terugslag van een paar dagen te weinig missen.

Ik ben op reis in Bulgarije en ik krijg een mok kruidenthee van de gastheer van het appartement. Als verwelkoming. De man is goedlachs en spreekt een schattig soort Nederlands, hij werkte jarenlang in Nederland, in de bouw, in een bakkerij en in tuinaanleg. Dat laatste was het zwaarste, voor de knieën weet je wel. En nu heeft hij hier, in een klein dorpje in het Rodophen-gebergte een huis helemaal opgeknapt en verhuurt hij enkele kamers.
Hij reikt me de mok thee aan. Het is exact zo'n mok zoals mijn vader er een had. Een mok van Beertje Paddington.
Er was een periode dat mijn vader graag een cappuccino uit een zakje dronk, ik denk dat het iets nieuws was in die tijd, lang voor de machines om gemakkelijk een kopje te maken in plaats van een hele kan. Ik was een jaar of elf denk ik. Koffie werd bij ons 's ochtends gemaakt, op de ouderwetse manier met een filter waarin je zachtjes water goot uit de waterketel, zo'n keer of vijf. Ik herinner me wel een koffiemachine, maar ook hoe die daar stond en mijn ouders toch liever hun koffie zelf opgoten, zonder het gepruttel van dat machien. Het was een taak die mijn zus en ik ook mochten doen, het kokende water zachtjes in de filter gieten, als je te snel goot, dan scheurde de filter en lekte het koffiedik in de thermos. Maar 's avonds was de thermos leeg en dan wou mijn vader toch nog wat koffie. En het liefst uit die mok van Beertje Paddington, want het was een heerlijk grote mok, met een goed handvat. Dat wist ik. En terwijl ik nu de kruidenthee drink, voelde ik hoe goed de mok in de hand ligt, en ik vraag me af hoe dat voor hem was, in zijn grote handen met zijn lange vingers.

De volgende dag krijg ik van de gastheer opnieuw kruidenthee maar in een andere tas. Beertje Paddington in de winter, de dag ervoor had ik de herfst, bedenk ik nu. De laatste dag drink ik thee uit de zomermok, Michiel krijgt de lente. Ik word elke dag bozer, ik ben zo teleurgesteld dat ik me de mok dan toch niet zo goed herinner. Hadden we ook alle seizoenen thuis? Of slechts een mok met een seizoen? Maar welke dan? Ik staar naar de prenten, Beertje dat met herfstbladeren gooit, Beertje dat in z'n regenpak ligt te zonnen in een ligstoel, ik pijnig mijn hersenen.
Ik stel me weer voor hoe ik voorzichtig het zakje koffiepoeder openscheur, het kokende water voorzichtig op het poeder giet, de geur, de rook die omhoog kringelt, ik neem een lepeltje en ik roer goed, tot het poeder is opgelost, en ik kijk naar het dunne schuimlaagje. Ik loop behoedzaam de keuken uit, door de woonkamer, met mijn sokken op het parket, naar mijn vader die televisie kijkt, het zevenuur journaal wellicht, en hij zegt dank u schatteke, hij neemt de mok aan en hij slurpt een eerste hete slok. Dan zet hij Beertje Paddington op het boekenrek naast hem, en aait me over mijn hoofd.
De volgende dag zal hij lachend vragen, weet je waarmee je mij nu eens een groot plezier zou doen schatteke? Ik weet het natuurlijk, zet de waterketel op en ga op mijn tenen staan om in de kast te kijken of de mok van Beertje Paddington al afgewassen is.

De herinnering kleeft aan mij. Ik blijf mezelf verwijten dat ik dat beeld niet meer zo helder heb, dat ik die mok zo vaak heb gezien maar nu niet weet in welk seizoen het Beertje was. Wij hadden niets met Paddington, ik kan me niet herinneren dat die beer iets voor ons betekende. Gewoon een beer. Zo hadden we ook glazen van de Smurfen, die waren van de mosterd. Mijn vader at mosterd, de rest van ons gezin at het niet, wij waren blij met het glas als de mosterd op was. Dus zo was het wellicht ook bij die mok gegaan, gratis bij aankoop van drie pakken speculaasjes en of vier pakken koffie.

Ik zou zo graag een cappuccino maken voor hem. Ik denk dat hij het nu niet meer zou willen, te zoet. Hij zou gewone koffie verkiezen, met een wolkje melk. Ik hou van die uitdrukking omdat het waar is, een wolk in de koffie. Maar ik hield vooral van hem als hij dat zei: met een wolkje melk graag. Omdat hij wist dat hij er een glimlach mee zou scoren, omdat iedereen zou denken ja, een wolkje melk, zo is het wel. En iedereen zou meteen begrijpen hoeveel melk het moest zijn.

Ik zou elke avond, alle avonden van mijn leven, koffie willen maken met een wolkje melk, naar mijn vader brengen en een stevige aai over mijn hoofd willen krijgen. Dank u schatteke. En ik zou me naast hem vleien, dicht tegen zijn dikke buik, en er zou niets anders zijn dan een nieuwslezer die monotoon iets vertelt, zijn trage ademhalen en de zachte geur van koffie.

De kruidenthee is koud geworden. Er steekt een frisse wind op. Ik laat de thee staan en neem zuchtend de herinnering mee.

dinsdag 20 maart 2018

Co-wonen, ik leg het u graag even uit

Sinds ik onze blog over het co-wonen project heb gedeeld, kreeg ik veel vragen, maar vooral veel vooroordelen. Ik zet even op een rij en denk dat dit het eerste blogbericht is over co-wonen in een lange rij!
  • jullie wonen toch in jullie droomhuis?
Euh nee. Of toch niet meer. Ik ben nog altijd heel heel blij met ons huis (en de ligging!). Maar het is gewoon te klein, of toch op sommige plekken. In de living kan echt geen speelgoed rondslingeren. Onze dochters spelen dan niet veel, en al zeker niet op hun eigen, maar in speelgoed uitspreiden zijn ze stééngoed. In onze hal kan er eigenlijk maar 1 persoon tegelijk zijn jas en schoenen aan trekken. Dat is een probleem om 8u20. En in de badkamer kan ook maar 1 persoon aan de wastafel staan.
Ons klein tuintje is half terras, half 'bos', maar soms dromen we ook wel van een grotere tuin. We hebben bij de bouw (acht jaar geleden) ook wat compromissen moeten sluiten, het zou fijn zijn om echt volledig passief te kunnen bouwen.
  • gewoon een tuin delen dus?
Het is ons vooral om de tuin te doen, dat klopt. Ik ben er echt van overtuigd dat we anders moeten gaan wonen in de stad. Groene ruimte is schaars, en zo eenvoudig om te delen. Bovendien een extra troef als er hier een daar nog een vriendje in de tuin te vinden is. Het is niet onze bedoeling om voortdurend elkaars deur plat te lopen, ieder heeft zijn eigen huis of appartement.
  • ah, dus het is niet écht cohousing
Nee, dat van die gemeenschappelijke keuken en altijd samen eten gaan we niet doen. Ook geen vrije liefde in onze commune. Dus het klopt, het is een eerder beperkte vorm van samenhuizen, een light- versie, het best omschreven als co-wonen
Ik hoop wel dat er naast de tuin nog een gedeelde ruimte komt. Maar wat dat precies wordt, dat is nog heel onduidelijk. Misschien een keuken. Misschien een co-working space. Misschien een speelkamer annex yogastudio annex atelier. Of een schrijfplek. Oh ja, een schrijfplek. We zullen wel zien: wat wil de groep en wat is er mogelijk?
  • ge gaat niet goedkoper af zijn
We gaan dus iets nieuw bouwen of ver-nieuwbouwen. Dat zorgt misschien voor een laag btw-tarief, het blijft een dure kwestie. Toch willen we dat enigszins redelijk houden: We schatten dat een appartement van 50m² niet meer dan 150 000 euro zal kosten en een woning van 120m² tot 360 000 euro. De grootste kost is de kost per vierkante meter. Dus wie groot wil wonen, betaalt meer. En wie op het gelijkvloers wil wonen, met rechtstreekse toegang op de tuin, zal ook iets meer betalen dan wie de trap wil nemen. En veel hangt ook af van de afwerking natuurlijk en de (duurzame) keuzes die je daarin maakt. Want dat bepaal je helemaal zelf voor je eigen unit. Dus nee, goedkoop gaat het niet worden, maar ik maak me sterk dat we voor een bepaalde prijs wel véél gaan krijgen.
  • en wanneer dan wel?
Tja, geen enkel idee. Eerst moeten we een groep samenstellen, want het mini-groepje initiatiefnemers is nu te klein. Als we dan een fijne groep hebben, met een gelijkaardige visie en engagement, dan kunnen we een architect en een site beginnen zoeken... Dan volgen er nog zoveel fases van haalbaarheidstudies tot financiële planningen tot aktes tot vereniging van mede-eigenaars en weet ik wat nog allemaal. Elke fase zal spannend zijn. Ow yes. Dus ik weet niet wanneer. Ik weet zelfs niet of het zal lukken. Maar de mooie voorbeelden op andere plekken tonen dat het kan en heerlijk is.


Spannend. Echt.

Een gelijkaardig bericht postte ik ook op onze blog Co-wonen in 't stad. Je kan je ook inschrijven op de nieuwsbrief om op de hoogte te blijven en komen luisteren naar de infovergadering. Zelfs als je maar 10% overtuigd bent dat dit project iets voor jou is, ben je heel welkom.

zondag 18 maart 2018

Zondagavond


wit bad
wit schuim
wit van blote kinderlijven

stemmetjes klateren
gelach spettert op
wie houdt het droog
in deze bel van hoop?

ik spoel kleine hoofdjes
ontwar knopen
droog vel
en smeer
tot alles schoon en zacht

klaar voor veel
en voor de nacht

ik val stil
en droog ook mij

er is geen schuim dat blijft





maandag 5 maart 2018

Ontspan

Sinds kort zit ik op yoga. Of beter: ik lig.
Ik heb net die vorm van yoga uitgekozen waarbij je heel weinig moet doen. Ademen en af en toe eens in een bepaalde houding rollen. Ik heb er veel aan. Mijn hoofd wordt dan een beetje stiller. Mijn lijf ontspant en wordt weer soepel. En mijn hart, ja mijn hart, dat voel ik dan.





Zaterdag loop ik na de les door de smeltende sneeuw naar huis en ik voel me eindelijk weer wat licht en vrij. Ik heb plannen: ik ga dansen.
Ik douche, ik vind niks om aan te doen, doe dan toch iets aan, ik fiets naar de stad, koop iets nieuw, en kom dan thuis bij een vriendin. Ze zwiert een cocktail voor mijn neus en maakt tzatziki. Dat is heerlijk, bedenk ik, om een vriendin te hebben die geen brol uit de supermarkt haalt, maar zelf een komkommer raspt en proeft of er nog wat look of peper bij moet.
Waar zullen we iets gaan eten? We denken aan een goede Italiaan, of iets Aziatisch. Maar ik heb eigenlijk zin in frietjes. Zij ook.

En zo gaat het even later. We halen frietjes, we zetten ons in een café, we delen een groot pak met satékruiden en drinken bier. Later die avond drink ik nog meer bier in een ander klein café en dans ik op muziek die ik misschien niet helemaal goed vind, maar die helemaal past bij hoe de avond gaat. Ik dans en in mijn hoofd wordt het een beetje stiller. Mijn lijf ontspant. En mijn hart, ja mijn hart, dat voel ik dan.

dinsdag 27 februari 2018

Rest.


De grote lever
hijgt ons traag voorbij.

We kijken naar de zwarte vlekken,
de aders,
de vlezigheid.

Het is de glans.

Die schijn van dik vet
en vuile stroperigheid,
het is die glans
die ons herleidt
die ons scheidt.

Wij, het afval, de rest.

___

Opdracht literaire creatie: laat je voor een gedicht inspireren door een auteur in schrijf in die stijl. 

donderdag 15 februari 2018

Cambio: hoeveel kost een deelauto aan een jong gezin?

Vorig jaar schreef ik een lange blogpost over een jaar zonder auto en wat het ons had gekost om veel van onze verplaatsingen met Cambio te maken. Veel reacties op gekregen ook, het was voor een aantal mensen de reden om eens stil te staan bij hun autogebruik.

Dit jaar sla ik de algemene uitleg over en spring ik ineens naar....

De cijfers

Dit jaar zag er heel wat anders uit dan vorig jaar: we reden maar liefst 4354 kilometer! Dat is meer dan het dubbele van vorig jaar. Dat komt omdat we dit jaar voor het eerst op reis gingen met een Cambio-wagen: een weekje naar Zuid-Engeland. Dat was super tof, en dat reisje kostte ons €319 voor 904 kilometer. Daarnaast waren er ook drie weekendjes bij (gemiddeld €100/weekend).
Ergens vind ik dat wel jammer, we zijn bijvoorbeeld met de auto naar Eindhoven gegaan, met het openbaar vervoer was gek genoeg echt lastig. In de kerstvakantie waren we een weekend in Utrecht en namen we wél de trein (wat we ook alle vier gewoon leuker vinden), maar dat kostte ons maar liefst €135. En dan reizen de jongedames nog gratis of aan een zeer voordelig kindertarief... Dus beleidsmatig zit daar echt iets niet juist.

Ik betaalde wederom geen abonnement dankzij mijn duurzame werkgever, Michiel heeft een abonnement van €8 per maand. Vorig jaar had Michiel een duurdere maandbijdrage met een lagere kost per kilometer en per uur, maar dat bleek toch niet het interessantste, zeker in die maanden dat we amper gebruik maken van Cambio. Als we de abonnementskost van Michiel er dus ook nog eens bij rekenen dan komen we uit op...

4354 kilometer 
53 ritten
voor een totaal van €1719,92

gemiddeld €0,39/km
gemiddeld 66 kilometer/rit (zonder de reis, met de weekendjes)
gemiddeld €26 per rit (zonder de reis, met de weekendjes)
gemiddeld 360 km/maand
gemiddeld €143/maand

Dat lijkt misschien behoorlijk veel, maar we betalen dus géén naft (zit in de prijs), geen verzekeringen, geen onderhoud, geen herstellingen, geen carwash, geen ruitenwisserproduct, nada!

Daarnaast kochten we inderdaad nog wel wat railpassen en losse treintickets. Maar ik ben te lui om dat allemaal bij te houden. Als de NMBS nu een iets performantere organisatie was, dan kon ik gemakkelijk een overzicht krijgen van al mijn online aankopen. Ach. Een zitplek op de trein is al te veel gevraagd, dus het zal wel 2050 worden voor zoiets wordt gerealiseerd.

We leenden minder vaak een auto van familieleden dit jaar, al gingen we een paar dagen weg met mijn mama, en zij betaalde die rit. Het is te zeggen, tot ik tegen de vangrail knalde. Die schade moet nog steeds hersteld worden (iemand een tip voor goede carrosserie?) en die zal ik dus moeten vergoeden, dus dat was een belachelijk duur ritje naar de Duitse Eifel. Dat deed me ook nog maar eens beseffen dat ik veel liever met Cambio was gebotst, dan had ik enkel de franchise (€200) moeten betalen en dan was dat allemaal in orde zonder dat ik dus een garage moet zoeken, offertes moet vragen en me druk moet maken over een auto die de kosten eigenlijk niet waard is, maar ook nog te goed om zomaar op te geven (dus, iemand een tip voor een goede carrosserie? TIS DRINGEND). 

Besluit

We zijn nog steeds heel content met Cambio, ook nu we wat meer kilometers op de teller hebben. We namen dit jaar iets sneller de auto (om dan toch maar een uitstapje te doen dat moeilijk bereikbaar is). Het probleem met de kinderstoelen is er nog steeds: het is nog even wachten tot Juno 15 kilo weegt, dan kan ze in het grotere type kinderstoel dat Cambio wel voorziet.
Maar ach, zo rijden zonder zorgen, het is toch echt wel een ding. Ik kan het iedereen (in de stad, I know, maar Cambio breidt alleen maar uit, er zijn nu al 860 wagens op 350 standplaatsen in heel België) alleen maar aanraden. Al is het maar omdat je toch nog eens vaker nadenkt of je nu echt wel de auto zou nemen...

(En ja, ik zou ook eens de vergelijking moeten maken met het nieuwe Poppy-autodeelsysteem. Iemand daar al ervaring mee?)